Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Wet op de rechterlijke organisatie

 

Artikel 67
1
Het bestuur van het gerechtshof te Arnhem vormt een meervoudige kamer die is belast met het behandelen en beslissen van zaken in beroep als bedoeld in de artikelen 502, 509v en 509ff van het Wetboek van Strafvordering. Het bestuur bepaalt de bezetting van deze kamer.
2
Deze kamer is voorts belast met het verstrekken van adviezen ingevolge artikel 43, derde lid, van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen.
3
Deze kamer wordt voor de beslissing in zaken in beroep als bedoeld in de artikelen 502, 509v en 509ff van het Wetboek van Strafvordering aangevuld met twee personen, niet zijnde rechterlijk ambtenaar, als deskundige leden. In de overige zaken kan de voorzitter van de kamer deze leden toevoegen. Op de deskundige leden zijn de artikelen 7, derde lid, 12 en 13 van deze wet en de artikelen 46c, 46d, 46f, 46g, eerste en tweede lid, 46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46j, 46l, eerste en derde lid, 46m, 46o en 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing.
4
De deskundige leden worden bij koninklijk besluit benoemd voor een periode van vijf jaar. Er kunnen ook plaatsvervangers worden benoemd.
5
De deskundige leden leggen alvorens zij met hun werkzaamheden aanvangen de eed of belofte af ten overstaan van een enkelvoudige of meervoudige kamer van het gerecht waarbij zij zijn benoemd.
6
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze van eedaflegging, het kostuum, de afwezigheid, de afwisseling, de vergoeding voor reis- en verblijfskosten en nadere vergoeding van de deskundige leden en hun plaatsvervangers.


Jurisprudentie bij dit artikel